vrijdag 28 december 2018

Maurice zat al jaren in een instelling

Maurice zat al jaren in de instelling, hoe lang, dat wist hij zelf niet meer, er waren zoveel dingen die hij allang niet meer wist. Maar wat hij wel wist, hij was verliefd. Op Maria, van hiernaast. Hevig verliefd. Samen zaten ze ganser dagen op zijn kamer, spelletjes spelen, liedjes zingen, kusjes geven. Wat had hij een heerlijke tijd.

De somberte van de begindagen was volledig verdwenen op de dag dat Maria naast hem was komen wonen. Samen sterkten ze elkaar, dat voelde hij, elke dag. Toen hij haar ten huwelijk vroeg zei ze onmiddellijk ja, ze hoorden bij elkaar, dat zag toch iedereen ?

Maurice had een zoon, André, die bij de belastingen werkte. André ging iedere week op bezoek, op zondagnamiddag. André hield niet van de instelling, en ook niet van zijn vader eigenlijk, die was zelden thuis geweest toen hij opgroeide. Maar hij had nu eenmaal moeder beloofd om voor vader te zorgen.

André vond die verliefdheid maar niks, hij kon er zich als eeuwige vrijgezel maar weinig bij voorstellen, maar ach, als hij maar gelukkig was nietwaar... Tot die bewuste dag, wanneer Maurice vertelde dat hij ging trouwen. Toen hij zag dat het zijn vader menens was stond hij kwaad recht en zei dat die zotternij niet door kon gaan. "Trouwen was voor jonge mensen, niet voor wie in een instelling zat !"

Thuisgekomen overdacht hij wat de gevolgen konden zijn, de erfenis waarop hij hoopte was plots onzeker geworden, wie weet hoeveel geld een huwelijk zou kosten, en wat voor zotte kosten zijn vader daarna zou doen !

Nee, dat huwelijk kon niet doorgaan, daar moest hij een stokje voor steken. Hij stapte naar de directrice, en legde het geval voor. Hij vroeg of ze die vrouw konden verplaatsen naar een andere afdeling, of een andere instelling in de buurt. De directrice had alle begrip voor de situatie, wellicht omdat Maria haar eigen dementerende moeder was, en het duurde niet lang of Maria was van de aardbodem verdwenen.

Maurice was razend, omdat hij wist dat André hier achter zat besloot hij wraak te nemen. Bij het eerstvolgende bezoek kwam het dan ook tot een hevige woordenwisseling. De jarenlange verwijten van zijn zoon, een onbenullig ambtenaartje, terwijl hij toch levens gered had, brachten alle frustraties naar boven, in een toestand van onweerstaanbare dwang stortte hij zich op zijn zoon, en in het gevecht dat daarop volgde wurgde hij hem, dat was niet zo moeilijk, Maurice was in een vorig leven para geweest. En dit was duidelijk een geval van wettige zelfverdediging.

Maar nu zat hij dus met een lijk opgescheept, hoe moest hij dit verstoppen ?

Gelukkig kende hij de begrafenisondernemer, die wel meer klanten had in de instelling. Hij belde hem op en zei dat alweer een patient was komen te gaan: "Ik zal hem klaarleggen op de gebruikelijke plaats", verzekerde hij. Zo gezegd, zo gedaan. Het lijk belandde op de brancard, voorzien van alle nodige papieren die hij bijeen had gegrist tijdens zijn jarenlange verblijf. Papierwerk was belangrijk, zijn zoon had het nog zo gezegd !

Ziezo, dacht hij, en nu op zoek naar Maria...